Waarom hoor ik het verschil tussen klanken in een nieuwe taal niet?
Als baby stemde je gehoor zich af op je moedertaal; door te luisteren naar woordparen die één klank verschillen, met directe feedback, stem je het opnieuw af.
Je leert een nieuwe taal, en er zijn twee woorden waarvan iedereen zegt dat ze totaal verschillend klinken. Je hebt ze honderd keer gehoord. Je zegt ze na, en je wordt verbeterd. Voor jou klinken ze hetzelfde. Dus besluit je dat je mond die klank niet kan maken. Maar het ligt niet aan je mond. Je kunt twee klanken pas verschillend uitspreken als je het verschil hoort. Het probleem begint in je oor, niet in je mond.
Bij je geboorte kon je bijna elk klankverschil horen. Werker en Tees lieten dat zien. Ze lieten baby's klankcontrasten horen uit talen die ze nooit hadden gehoord. Toen ze zes tot acht maanden oud waren, hoorde bijna elke baby het verschil, welke taal er thuis ook werd gesproken. Een paar maanden lang was je een universele luisteraar. Je kon het hele bereik van menselijke spraak horen.
Daarna, van zes tot twaalf maanden, vernauwde dat venster. Je brein liet de klankverschillen los die je thuistaal niet gebruikte. Dat schaadde je gehoor niet. Het was efficiënt: je oor stemde zich af op wat ertoe deed. Daarom kan een klank die voor een andere taal essentieel is, helemaal aan je oor ontsnappen.
Patricia Kuhl ontdekte dat moedertaalklanken werken als magneten. Elke klank heeft een middelpunt dat klanken in de buurt aantrekt. Gebruikt een nieuwe taal twee klanken die allebei bij een van jouw klanken liggen, dan gaan ze naar dat middelpunt. Voor je oor zijn ze hetzelfde. Jij hoort één woord waar een moedertaalspreker er twee hoort. Het verschil is echt. Je moedertaalfilter laat ze samenvallen met een klank die je al kent.
En nu het goede nieuws: studies waarin volwassenen werden getraind, onderbouwen dit. Het venster dat in je eerste jaar vernauwde, is niet dicht. Pisoni en zijn collega's werkten met volwassenen die een klankverschil uit een andere taal niet konden horen. Ze trainden hen om dat verschil te horen: dezelfde twee klanken, in veel verschillende woorden en door veel sprekers, met directe feedback na elk antwoord. De volwassenen begonnen het verschil te horen. Ze hoorden het verschil ook in nieuwe woorden waarmee ze niet hadden geoefend, en herkenden het bij een latere test nog steeds. Je zit niet vast aan het gehoor waarmee je begon. Je kunt je oor opnieuw trainen.
Zo oefen je in de luistertraining van Synapse. Je hoort een woord, kiest welk van twee bijna identieke woorden je hoorde en ziet meteen of je goed zat. De woordparen waarbij je vaak het verkeerde woord kiest, komen vaker terug, zodat je oor de weggesnoeide klankcategorieën weer opbouwt, een paar minuten per keer.
Je bent niet toondoof. Je oor heeft zich op andere klanken afgestemd, en dat kun je terugdraaien. De oplossing is klein en herhaalbaar: een paar minuten naar woordparen luisteren, raden en feedback krijgen. Open Synapse en doe één ronde luistertraining met een klankverschil dat je nog niet hoort. Zet dat venster vandaag weer op een kier.